Fokker F.VIIb-3m van de Zwitserse maatschappij Ad Astra Aero

 

Gedurende zo’n 30 jaar werden de boeken van de Engelse uitgeverij Putnam beschouwd als de Rolls Royces onder de luchtvaartboeken. Net als de Rolls Royce-auto’s gold dat zowel voor het product als de prijs. Wat in 1957 begon met Owen Thetford’s Aircraft of the Royal Air Force en J.M. Bruce’s British Aeroplanes 1914-18 groeide in een jaar of tien uit tot de Putnam Aeronautical Series. Putnam-boeken waren in veel opzichten revolutionair en van enorm belang voor en van invloed op de geschiedschrijving van de luchtvaart. Putnam-boeken waren meestal omvangrijk, rijk geïllustreerd, fraai uitgegeven en daardoor altijd stevig aan de prijs.

Tot ongeveer 1990 behield de boekenreeks niet alleen haar formaat maar ook haar gezag. Vanaf dat moment kwam Putnam in handen van diverse elkaar snel opvolgende eigenaren en dat heeft de reeks geen goed gedaan. Het titelaanbod liep sterk terug en herdrukken van succesvolle, soms al jaren uitverkochte titels verschenen niet of nauwelijks. Het standaard 1-koloms formaat (21.5 x 13 cm) dat jarenlang was gebruikt werd verlaten en vervangen door een royaler 3-koloms formaat (27 x 19.5 cm).

Voor mijn uitgeverij Dutch Aviation Publications heb ik geprobeerd de kenmerkende oorspronkelijke Putnam-elementen zo veel mogelijk terug te brengen in de boeken die ik uitgeef en ga uitgeven. Net als de oorspronkelijke Putnams zijn alle boeken gebonden en voorzien van een stofomslag. Het formaat (23 x 15 cm) is een fractie groter en de omvang bedraagt maximaal 440 pagina’s. Geen formaat koffietafel-boeken dus maar boeken die lekker in de hand liggen. Het streven is bovendien de boeken rijk te illustreren. ‘Amerikaanse Fokkers’ telt bijvoorbeeld bijna 500 foto’s.

Maar ook inhoudelijk wil ik het Putnam-niveau evenaren met Nederlandse onderwerpen waarover niet of nauwelijks is gepubliceerd en waarover met kennis van zaken wordt geschreven. Het boek over de Kolibrie-helikopter is daar een goed voorbeeld van.

Theo Wesselink, schrijver/uitgever.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Theo Wesselink (1953) werd, zoals zovelen van zijn generatie, al op heel jonge leeftijd door luchtvaartpublicist en –journalist Hugo Hooftman warm gemaakt voor de luchtvaart. Al heel snel concentreerde zijn belangstelling zich op de Nederlandse luchtvaartgeschiedenis. Op 20-jarige leeftijd begon hij onderzoek te doen naar de vliegtuigen van Frits Koolhoven, wat in 1981 resulteerde in het samen met Thijs Postma gepubliceerde boek ‘Koolhoven, vliegtuigbouwer in de schaduw van Fokker’. De samenwerking met Postma werd in de jaren daarna gecontinueerd met de boeken ‘Nederlandse vliegtuigen – alle vliegtuigen ooit in Nederland ontworpen en gebouwd’, ‘Nederlandse vliegtuigen naar buitenlands ontwerp’, ‘Martinair – van rondvluchten tot wereldluchtvaart’ en ‘De vliegende Hollanders – de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart vanaf de eerste vlucht in 1909 tot heden’ tot gevolg’. Zijn tomeloze energie en fanatieke belangstelling bracht hij verder tot uiting in talloze artikelen en kleinere publicaties die in binnen- en buitenland verschenen.

 

 http://www.facebook.com/theo.wesselink.3

Joomla templates by a4joomla