Welkom op de website van Dutch Aviation Publications, internetuitgeverij van boeken over de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart.

NIEUW!! ZOJUIST VERSCHENEN!!

Burgerluchtvaart in Nederlands-Indië tot 1950

 

In 1911 vloog het eerste vliegtuig in Nederlands-Indië toen Gijs Küller de bevolking in bewondering bracht. Veertig jaar later waren vliegtuigen niet meer weg te denken. Ze verzorgden het luchtverkeer, fotografeerden onbekende streken uit de lucht, brachten het evangelie en gaven ontspanning aan sportvliegers. Dit zijn allemaal aspecten van de burgerluchtvaart en terwijl aan de militaire luchtvaart in Indië in de afgelopen decennia ruim aandacht is besteed, bleef veel van deze civiele kant onderbelicht. Dit boek wil hierin verandering brengen. Het beschrijft de vroege vliegpogingen voor de Eerste Wereldoorlog, de demonstraties in Indië van voormalige oorlogsvliegers na die oorlog, de opbouw van het luchtverkeer door de KNILM (Koninklijke Nederlands-Indische Luchtvaartmaatschappij), het werk voor de exploratie van bodemschatten, met name maar niet uitsluitend voor oliemaatschappijen, de sportvliegerij, het gebruik van een vliegtuig door een Amerikaans zendingsgenootschap en de opleiding van burgervliegers met het oog op de komende strijd. Na de oorlog herleefde het luchtverkeer onder de moeilijke omstandigheden van die tijd, maar waren ook oliemaatschappijen en sportvliegers weer actief. De burgerluchtvaart in Indië kende vele vormen, soms bekend, maar ook minder bekend. Dit boek wil ze de plaats in de luchtvaarthistorie geven die ze verdienen. 

Het boekt telt 430 pagina’s en is geïllustreerd met 350 foto’s.

ISBN 978-94-91993-10-7

Even bladeren? Klik hier: http://nl.blurb.com/b/8555623-burgerluchtvaart-in-nederlands-indi-tot-1950

 

Recensies

Coert Munck in het tijdschrift 'Logboek' van april 2018:

 

Jan Willem de Wijn, recensent voor NBD Biblion, 2 mei 2018.

'In dit boek hebben twee auteurs (die individueel hun sporen al verdiend hadden) de krachten gebundeld en elkaar aangevuld. Zij hebben gestreefd naar een volledige geschiedschrijving van de burgerluchtvaart in Nederlands-Indië. Met dit boek willen ze een aanvulling plegen op de reeds bekende militaire luchtvaartgeschiedenis. Van de eerste vliegdemonstraties in 1911 tot en met de overdracht van burgervliegtuigen in 1950 aan de nieuwe republiek Indonesië. Bijzondere aandacht is er voor luchtvaart ten behoeve van oliewinning en mijnbouw, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog. Hetzelfde geldt voor de sportvliegerij, als voor de missie en uiteraard ook voor de KNILM, de Indische vleugel van de KLM. Nieuw is een hoofdstuk over vliegtuigontwerpers en -bouwers in 'de Oost'. Bovendien wordt elk hoofdstuk afgesloten met korte beschrijvingen van de identiteiten van alle daarin voorkomende vliegtuigen. Een compleet beeld. Met foto's en kaartje van het luchtnet der KNILM in zwart/wit. Bevat literatuuropgave'.

 

Recensie van Gerard Casius in ‘Luchtvaartkennis’ van juni 2018

’In de zich steeds uitbreidende serie boeken van Dutch Aviation Publications van de onvermoeibare Theo Wesselink is weer een nieuw deel verschenen. Een dikke, 429 bladzijden omvattende stoeptegel(tje) deze keer, gedrukt in een vrij klein lettertype. Deze omvang is ook wel nodig om het zeer veelomvattende onderwerp te behandelen en de schrijvers zijn daar zeer goed in geslaagd.

Er is over de luchtvaart in het oude Indië over de jaren al vrij veel gepubliceerd, maar noodgedwongen tot nu toe meestal nogal beperkt door niet al te dik gezaaid bronnenmateriaal.

De inhoud van dit boek laat zien dat er door het via Delpher beschikbaar komen van gedigitaliseerde kranten, ook Nederlands-Indische, een schat aan bronnenmateriaal is blootgelegd. Daarvan is voor dit historische overzicht van de burgervliegerij in Indië veel gebruik gemaakt. Met name hebben aanhalingen uit contemporaine kranten veel couleur locale toegevoegd, hetgeen de leesbaarheid zeer ten goede is gekomen. Zo lezen we, bijvoorbeeld, dat pionier-vlieger Hüssni zijn vliegdemonstratie in Djombang aankondigde door, boven de plaats vliegend, het produceren van “milde tonen van een piston en trombone, waarvan de zoete klanken als een milde regen naar beneden daalden vanuit de Albatros machine. Tableau! We nemen aan dat de vlieger niet zelf als muzikant fungeerde."

De inhoud van het boek is werkelijk zeer veelomvattend. Behalve de voor de hand liggende onderwerpen zoals de luchtvaartmaatschappijen KLM en KNILM, sportvliegerij, luchtkartering en de olieluchtvaart, worden ook onderwerpen als de “wilde vliegerij” voor en na de Eerste Wereldoorlog in detail behandeld. De Indische vliegtuigbouw (Takens, Walraven) komt aan de beurt, maar ook de Missie/Zending vliegerij, het Ned. Indisch Luchtvaartfonds en de inzet van sportvliegtuigen voor militaire doeleinden in de periode 1940-1942. Interessant is ook het verhaal van de eerst luchtpostvluchten uitgevoerd door de Marine Luchtvaartdienst en de Luchtvaart Afdeling KNIL. Zelfs is er een hoofdstuk gewijd aan de pogingen van de Republik Indonesia om tijdens de dekolonisatieoorlog 1945-1949 een luchttransportbedrijf op te zetten. Ook wordt nog het nodige verteld over de olievliegerij in Nieuw-Guinea ná 1950. De enige onderwerpen die we missen zijn zweefvliegen en ballonvaart.

Bij al deze onderwerpen wordt in de tekst ook nuttige aandacht besteed aan de politieke, persoonlijke en zakelijke achtergronden. Ook daar komen prachtige feitjes boven water zoals, bijvoorbeeld, dat de minister van Koloniën in 1920 de concessieaanvraag - uiteraard met subsidie - van de KLM afwees met als argument dat “wijl de K.L.M. op zich zelve geen levensvatbaarheid bezat, hij het niet verantwoord achtte `s Land's gelden te besteden om haar op kunstmatige wijze in stand te houden”. Dat standpunt heeft men overigens snel moeten laten varen!

Al met al dus een zeer compleet overzichtswerk van een belangrijk stuk koloniale geschiedenis dat zeker als standaardwerk mag worden beschouwd. Het boek is zeer ruim geïllustreerd. Aan het eind van elk hoofdstuk wordt een summier overzicht gegeven van alle vliegtuigen die in Indië een rol speelden. Helaas bevat het boek geen register, hetgeen bij een naslagwerk van deze importantie, met een veelheid aan vermelde namen en locaties, toch wel bijna onmisbaar is. (…)

Al met al, een prachtige en belangrijke uitgave en zeker een topprestatie van de twee auteurs en uitgever. Dit boek is zeer aan te bevelen’.

Joomla templates by a4joomla