In voorbereiding / In preparation

Gepland voor begin 2020:

Werkpaard en vredesduif.

De de Havilland D.H.89 Dragon Rapide en Dominie in Nederland en Indië.

Met de De Havilland Dragon Rapide en de militaire variant daarvan, de Dominie, zijn kleine maar opvallende en interessant stukjes Nederlandse luchtvaartgeschiedenis geschreven.

Gedurende 1936 werden met drie Dragon Rapides miljoenen hectaren onbekend gebied van Nederlands Nieuw-Guinea door middel van duizenden luchtfoto’s in kaart gebracht. Dat de toestellen in de herfst van 1935 gezamenlijk van Nederland naar Nederlands-Indië werden overgevlogen was een sensatie.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog kreeg de Nederlandse luchtmacht in Engeland de beschikking over een aantal Dominies die werden ingezet voor de verbinding met het bevrijde Europa en later ook met het bevrijde Nederland. Afgezien van een dramatisch slecht georganiseerde vredesmissie in Palestina in 1948 kregen de luchtmacht-Dominies hun grootste bekendheid door de bijna jaarlijks terugkerende ijsvluchten naar de van de buitenwereld afgesneden Waddeneilanden.

Direct na afloop van de oorlog droeg de overheid de KLM via de Regeringsvliegdienst op een binnenlands luchtnet op te zetten. De daarvoor aangekochte Dominies verrichten onmisbare diensten in ons land, waarvan het weg-, water- en railvervoer nagenoeg volledig was verwoest.

Vanaf begin jaren vijftig tot halverwege de jaren zestig was er ook in Nederland een Dominie in gebruik als fotovliegtuig.

Ook de in Nederlandse musea geëxposeerde Dominies komen ruim aan bod, evenals een uitgebreid registratie-overzicht van alle Nederlandse Dragon Rapides en Dominies.

434 pagina’s, 344 foto’s, prijs €49,95 ISBN 9789491993152

 Ergens in de toekomst verschijnt:

 

Van ELTA tot ICAR - De burgerluchtvaart in Nederland 1919 - 1922

ICAR

Het jaar 1919 is in de Nederlandse luchtvaart natuurlijk vooral de geschiedenis ingegaan als het jaar van de ELTA, de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam. Niet veel later werd de KLM opgericht. Anthony Fokker richtte op 21 juli 1919 de Nederlandsche Vliegtuigenfabriek op. Maar er waren in die tijd veel meer luchtvaartondernemingen die overal in het land vliegdemonstraties verzorgden. De vliegtuigen van die ondernemingen werden gebruikt voor rondvluchten, vlieglessen, een enkele keer voor kortstondige luchtverbindingen. In nog zeldzamere gevallen beschikte iemand over een privévliegtuig. Daarnaast werden in Nederland in die tijd ook nog enkele vliegtuigen gebouwd voor de burgerluchtvaart, in de regel zonder veel succes.

In de zomer van 1919 kwamen diverse buitenlandse vliegers naar Nederland, al dan niet met hun eigen vliegtuig. In Nederland, dat buiten de oorlog was gebleven, bestond bij het publiek grote belangstelling voor dat nieuwe fenomeen, de luchtvaart. Men had er wel veel over gehoord, maar nog weinig gezien, want de militaire vliegerij in Nederland stelde tijdens de wereldoorlog niet veel voor. Bovendien was in Nederland, anders dan in de verarmde oorlogvoerende landen, geld te verdienen met vliegdemonstraties. De meeste vliegers kwamen uit Duitsland, al waren er ook enkele Fransen en Britten, een Oostenrijker en een Turk onder. Diverse Duitse vliegtuigbouwers weken uit naar het buitenland en ook in dit opzicht was Fokker niet de enige. De Nederlandse vliegtuigfabriek Van Berkel had contacten met Friedrichshafen en Dornier en de kortstondige vliegtuigfabriek van de NAVO te Cuyk had banden met Kondor.

Zo zijn hebben de periode 1919 tot 1922 heel wat vliegtuigen zonder registratie rondgevlogen, en vaak ook zonder veel sporen na te laten. Dit alles kan worden samengevat onder de naam ‘wilde luchtvaart’.

 

De vliegtuigen van het KNIL

 

Omslag KNIL

Te oordelen aan het aantal publicaties mag de geschiedenis van de luchtvaart in het voormalig Nederlands-Indië zich sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw verheugen in een toenemende belangstelling. Behalve boeken zijn er ook talloze artikelen verschenen in binnen- en buitenlandse tijdschriften. Bij die publicaties voert de militaire luchtvaart ver de boventoon boven de burgerluchtvaart.

Ik liep al jaren rond met plannen om een boek te maken waarin alle vliegtuigtypen die in gebruik zijn geweest bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) worden beschreven. Het viel me op dat, ondanks de vele publicaties, daar blijkbaar (nog) geen oog voor was. Zodoende bleef Hugo Hooftman’s ‘Van Glenn Martins en Mustangs’ uit 1967 het enige boek dat alle KNIL-vliegtuigen beschreef. Ik kreeg het datzelfde jaar van mijn ouders ten geschenke als overgangscadeau op de middelbare school .

In zijn tijd beschikte Hooftman maar over een fractie van de bronnen en foto’s zoals die nu, ruim 50 jaar later, beschikbaar zijn. Die overvloed aan gegevens maakte het soms lastig om de hoofdstukken beknopt te houden.

Ik heb lang getwijfeld of ik het boek alfabetisch per type zou opzetten, of chronologisch, afgezet tegen de tijd, zoals Hooftman dat heeft gedaan. Ik heb uiteindelijk gekozen voor het eerste.

 

Nederland en de Biafra-luchtbrug - Wapensmokkel en hulpvluchten 1965 - 1970

Biafra

In 1965 en 1966 kreeg Nederland te maken met wapensmokkel door de lucht richting Afrika. Aanvankelijk via Algerije naar Burundi, maar al snel gevolgd door smokkel naar de Oostelijke deelstaat van Nigeria, die van plan was zich af te scheiden en onafhankelijk te verklaren.

De wapensmokkel naar Oostelijk Nigeria vormde de opmaat tot het uitroepen van de onafhankelijkheid daarvan op 30 mei 1967 onder de naam Biafra. Het gevolg was een afschuwelijke burgeroorlog, die tot begin 1970 zou duren. Biafra was al spoedig omsingeld door het Nigeriaanse leger en alleen nog door de lucht bereikbaar. Tijdens de burgeroorlog bleven de wapensmokkelaars Biafra vanaf Portugese en Spaanse eilanden in de Golf van Guinea door de lucht voorzien van wapens  - en soms ook van voedsel.

De voedselsituatie in Biafra werd echter zo nijpend, dat er naast de luchtbrug van de wapensmokkelaars, door het Rode Kruis en charitatieve en kerkelijke instellingen ook luchtbruggen werden geslagen om voedsel Biafra binnen te vliegen. Daarvoor werden Europese chartermaatschappijen ingehuurd, terwijl de instellingen zelf ook tijdelijke luchtvaartmaatschappijen voor dat doel oprichtten.

De primitieve omstandigheden waaronder moest worden gevlogen en de beschietingen door de Nigeriaanse land- en luchtmacht maakten de vliegoperaties tot een uiterst riskante zaak. Martinair Holland en Transavia Holland schreven op de Biafra-luchtbrug een prachtig stuk luchtvaartgeschiedenis.

Het Nederlandse aandeel op de Biafra-luchtburg is nooit echt beschreven en in de loop der jaren wat in de vergetelheid geraakt. Dit boek zet de gebeurtenissen op een rijtje.

 

Fokker Universal and Super Universal - Anthony Fokker's best-selling American airliners

 

Omslag Universal

 

The Fokker Universal was the first aircraft built in the United States based on conventional Fokker-designs. Designed by Anthony Fokker’s right hand man Robert Noorduyn, the Universal featured a welded steel tube frame for the fuselage and tail surfaces that were covered in fabric and a large wing constructed of wood mounted above the fuselage. About half of the 44 Universals that were built between 1926 and 1931 in the United States were used in Canada. . As typical of the era, the pilot sat in an open cockpit forward of the wing’s leading edge. The enclosed cabin below and to the rear of the pilot held four to six passengers or could be fitted for cargo hauling.

In 1928 Noorduyn designed the Super Universal, an enlarged and improved version of the Universal fitted with cantilever wings and an enclosed cockpit. It was subsequently also manufactured under license in Canada Japan and Manchukuo. The Super Universal was received enthusiastically in the marketplace, selling better than any other of Fokker’s -American designs and required the company to expand its factory space to meet demand. It is estimated that over 200 Super Universals were built.

Hoping to elaborate on its American success, the Dutch Fokker factory designed its own Universal-version, designated Fokker F.XI. Designed for small companies the F.XI was a four passenger wing braced aircraft that found its way to Switzerland and Hungary. Only three were built. One of them was restored by Ansett in Australia as VH-UTO.

 

Het ‘Norseman’ dossier

De Nederlandse vliegtuigontwerper Robert ‘Bob’ Noorduyn verwierf zijn grootste bekendheid toen hij in 1933 in Canada zijn eigen vliegtuigfabriek oprichtte. Gedurende de Tweede Wereldoorlog bouwde Noorduyn Aviation niet alleen ruim 2600 Harvard-lesvliegtuigen in licentie, maar ook zo’n 850 Norsemans. De Norseman was een klein verkeers- en transportvliegtuig, dat tijdens de oorlog  in grote aantallen werd aangekocht door de Amerikaanse luchtmacht.

Na de door hem ontworpen Fokker Universal en Super Universal en de  Bellanca Skyrocket was de Norseman de bekroning van Noorduyn’s visie op kleine verkeersvliegtuigen. Al zijn eerder opgedane ervaringen bij Fokker en Bellanca verwerkte hij in zijn ontwerp voor de Norseman.

Na afloop van de oorlog werd de markt overstroomd door honderden spotgoedkope tweedehands Norsemans, die met name in Canada gretig aftrek vonden. De na-oorlogse productie van nieuwe Norsemans bleef daarom beperkt tot zo’n 50 stuks.

In dit boek is de levensloop van alle 903 gebouwde Norsemans beschreven. Het boek is geïllustreerd met ruim 300 foto’s.

i Sikorsky S-43 'Baby Clipper'

S 43