'Helpman 1'

Helpman is een wijk van de stad Groningen. Oorspronkelijk was het een apart dorp, gelegen tussen Groningen en Haren. Het dorp werd in 1915 bij de gemeente Groningen gevoegd. Tot dat moment hoorde het bij de gemeente Haren. Toen ik in 1984 ‘De Nederlandse Vliegtuigen’ schreef, ontbrak daar de ‘Helpman 1’ in. Domweg omdat vormgever Thijs Postma en ik er nog nooit van gehoord hadden. In de herziene editie, die komende september, dus precies 30 jaar later, verschijnt,  is die omissie rechtgezet en is onderstaand hoofdstuk in het boek opgenomen.

In 1887 begon de Belg E. J. de Schepper een biljartfabriek in het plaatsje Helpman bij Groningen. In korte tijd vestigde biljartfabriek ‘Het Noorden’ een uitstekende reputatie en de biljarts werden over de hele wereld geplaatst. De Schepper’s zoon Emile zou op een andere manier van zich doen spreken: in de luchtvaart. Op een dag in begin 1911 liep Emile de Schepper in Groningen een andere Belg tegen het lijf: Hubert Hagens, een monteur van de beroemde Belgische aviateur Jan Olieslagers. Olieslagers had in augustus 1910 vliegdemonstraties gegeven in de buurt van  Helpman en blijkbaar was Hagens daarna in Groningen blijven hangen. De Schepper en Hagens besloten vervolgens een vliegtuig te ontwerpen, dat gebouwd zou kunnen worden in de biljartfabriek. De fabriek beschikte over de benodigde machines en vakbekwaam personeel en bovendien bleek pa De Schepper bereid de onderneming financieel te ondersteunen. In mei 1911 was het vliegtuig, dat ‘Helpman I’ werd gedoopt en veel weg had van een Blériot-eendekker, klaar en werd tentoongesteld in de rijwielfabriek Fongers in Groningen. Om een indruk te geven van het vliegtuig een citaat uit het Nieuwsblad van het Noorden uit die tijd: ‘Het vliegtuig heeft een lengte van 9 meter, het lichaam is driehoekig van vorm en gebouwd van eschen en grenen hout, versterkt met staaldraden, die door een vernuftig samenspel van bouten en schroeven kunnen worden gespannen. De motor van 50 pk weegt 76 kg en de schroef van 2,40 m is ook door beide heren zelf gemaakt. Beide vleugels, elk 5 m lang, hebben de vorm van een gerekt trapezium. Het raamwerk is overtrokken met een waterdichte stof, zijnde linnen bedekt met een uiterst fijne gummi-laag die uit het buitenland betrokken werd’. Behalve de propeller wist Hagens, of mijnheer Hubert, zoals hij werd genoemd, bij motorenfabriek Anzani in Frankrijk zelf een vijf-cylinder 50 pk motor te bouwen. Het hoogteroer van het vliegtuig was zodanig met de motor verbonden dat bij stijgen meer en bij dalen minder toeren gemaakt werden.

Vliegen

Op 12 juni 1911 werd het vliegtuig overgebracht naar het vliegterrein bij Ubbena in de buurt van Zeijen en werd begonnen met de proefnemingen. Ubbena is een buurtschap ten noorden van de stad Assen in de provincie Drenthe en iets ten oosten van het dorp Zeijen. In mei 1911 was er een vliegkamp ingericht bij Ubbena door enkele leden van het vliegcomite Helpman, die een luchtvaartverenging oprichtten en zich aansloten bij de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart. Ubbena werd het verzamelpunt van de noordelijke luchtvaartpioniers, onder wie de Veendammer stukadoor Willem Reinders, die een vliegtuig had gebouwd, de Veendam I, dat echter weigerde van de grond te komen. De Helpman I deed het beter. Begin juli 1911 lukte het Hagens het luchtruim te kiezen, maar bij de landing kwam hij in een veentje terecht, waarbij het toestel en hij zelf lichte schade opliepen. Het is overigens niet duidelijk of De Schepper en Hagens, die zichzelf al aankondigden als adspirant-aviateur, ooit vlieglessen hebben gehad. Ze komen niet op de brevetlijst voor, dus het zal wel bij een lofwaardig streven zijn gebleven. Begin september 1911 kwam instructeur Adriaan Mulder uit Nijmegen naar Ubbena om zich met de Helpman I vertrouwd te maken. Mulder was instructeur op het vliegveld Gilze Rijen en ontving als eerste een Nederlands vliegbrevet, dat hem op 7 april 1911 werd overhandigd. Tegelijk met de komst van Mulder werd ook aangekondigd dat er binnenkort vier leerlingen werden verwacht, die met hun vliegtuigen op Ubbena zouden neerstrijken. Ook Siep Koning, de bekende aviateur uit Groningen, kwam met zijn Goupy-tweedekker naar Ubbena. Albert Hofkamp, eigenaar van het vliegkamp en exploitant van de feesttent, vroeg aan het college van B en W van de gemeente Vries een vergunning aan voor het schenken van sterke drank op het vliegkamp, maar de aanvraag werd door het ministerie afgewezen.

Kort maar hevig

Hubert Hagen en Emile de Schepper hadden veel kosten gemaakt en waren van plan, tegen een flinke vergoeding, eind september 1911 Mulder met de Helpman I vliegdemonstraties te laten geven vanaf de paardenrenbaan Duindigt bij Wassenaar Ook Siep Koning zou medewerking verlenen. Op Duindigt steeg Koning als eerste op en kwam veilig weer aan de grond maar waarschuwde wel voor rukwinden. Vervolgens ging Mulder in de Helpman I naar boven. Het toestel vloog uitstekend, maar plotseling viel het, door motorstoring naar men zei, uit de lucht. De brokstukken lagen verspreid over het hele terrein en veel toeschouwers namen een aandenken van de Helpman I mee naar huis. Verslagen pakten de bouwers de resten van de Helpman I in een zeil en namen het boeltje mee. Mulder werd bewusteloos naar het ziekenhuis gebracht, waar hij negen weken moest blijven. Zo kwam er een einde aan de plannen van de jonge luchtvaartpioniers Hubert Hagens en Emiel de Schepper. Blijkbaar waren er geen plannen of was er geen geld om de Helpman I in productie te nemen. De Schepper zei de vliegerij vaarwel om zich weer te wijden aan het bouwen van biljarts. Half september 1911 begon Hofman met de bouw van een tweede hangar op het vliegkamp Ubbena van 12 bij10 meter. Maar zonder instructeur en zonder exploitant van de feesttent raakte het vliegkamp in verval en kwam er een einde aan de vliegbewegingen in Ubbena. In januari 1913 stond in de krant dat op 31 januari 1913 om 10 uur in de ochtend ten verzoeke van de heer A. Hofkamp een grote partij afbraakhout van de feesttent en de inventaris daarvan zou worden geveild door notaris Rambonnet uit Assen. Op 7 februari 1913 werd de verkoop voortgezet. Twee jaar later, op donderdag 21 januari 1915, werd ‘s avonds in hotel Jan Nanninga in Assen ruim 21ha heideveld, het voormalig vliegterrein van Hofkamp, geveild in vier percelen. De biljartfabriek bestaat nog steeds en is uitgegroeid tot een internationaal bedrijf. Na de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek overgenomen door de familie Bierling, die de traditie groots voortzet.

Omdat de ruimte in het boek beperkt is, kan ik niet alle foto’s die ik er van heb afbeelden. Dat doe ik dan hier. Bovendien heb ik nog wat opmerkingen.



De Helpman 1 werd gebouwd in de biljartfabriek 'Het Noorden'.

Emile de Schepper en Hubert Hagens bouwen de Helpman 1.

 


Na de bouw werd de Helpman 1 werd tentoongesteld in de rijwielfabriek Fongers in Groningen in een ruimte waar normaal fietslessen werden gegeven.


De Helpman 1 boven de paardenrenbaan Duindigt bij Wassenaar.


Op 13 juni 1911 kreeg Albert Hofkamp vergunning voor de bouw van een ’feesttent’ op zijn vliegterrein. Het werd een houten gebouw met keuken, toiletten, piano en natuurlijk een biljart.

Twee bijna identieke foto’s, in 1911 genomen op het vliegveld Ubbena-Zijen, waar zo’n beetje heel luchtvarend Noord-Nederland op staat voor de Helpman 1. De onderste foto werd gevonden op de zolder van het huis dat ooit bewoond werd door Albert Hofkamp en kwam voor het eerst weer tevoorschijn bij het 850-jarig bestaan van het plaatsje Vries.

Staand: links: mij niet bekend; rechts: Sieb Koning.

Knielend vóór het vliegtuig: La Donnely, waar ik niets over heb kunnen vinden

Zittend, van links naar rechts: mij niet bekend; Adriaan Mulder; Hubert Hagens, Emile de Schepper; Emile Ladougne; Albert Hofkamp en Willem Reinders.

Sommige van de genoemde heren komen in bovenstaande tekst voor, maar over een aantal van hen is nog wel wat meer te vertellen. Zo schreef Sikko Hoekzema een leuk boekje over de Groninger aviateur Sieb Koning (http://www.aviazine.nl/sikko-hoekzema.html ). Aanbevolen!

 


Emile Ladougne werd in de Nederlandse pers (en daarom ook door Hoekzema) steevast betiteld als de monteur van Sieb Koning. Het lijkt er echter op dat Ladougne, behalve monteur, misschien nog wel een beter vlieger op de Goupy was dan Koning. Er circuleren namelijk heel wat foto’s van Ladougne als Goupy-vlieger. En dan kan ook wel kloppen, want Sieb Koning leerde in Frankrijk vliegen van Emile Ladougne.


Een interessante foto. Van links naar rechts de Goupy van Sieb Koning, de Helpman 1 en de Veendam 1. De eerder genoemde stucadoor Willem Reinders was de bouwer van de ‘Veendam 1’, die echter nooit gevlogen heeft. Uiterst rechts, in de hangar, is de onbeklede romp van nóg een vliegtuig zichtbaar. Heeft iemand een suggestie? En passant wordt in de berichtgeving vermeld dat in de tweede hangar op Ubbena, waarvan de bouw halverwege september 1911 begon, het vliegtuig van de gebroeders Van Dijk werd gestald. Het is mij niet duidelijk welk vliegtuig dat dan is.

 

Hubert Hagens, met sigaret in de mond, naast een Morgan 'sidecar'.

Met Hubert Hagens kwam het overigens allemaal goed. Zijn kennis van Anzani-motoren was zo groot dat hij in 1916 in dienst trad van de British Anzani Motor Company in Londen. Deze Engelse vestiging van de motorenfabriek in Scrubbs Lane, Willesden, Londen, was op 20 november 1912 geopend. In Willesden werden Anzani-vliegtuigmotoren in licentie geproduceerd door de Coventry Ordnance Works en door de grootste aandeelhouder, General Aviation Contractors, verkocht. General Aviation Contractors was in 1911 opgericht om vliegtuigen en reservedelen voor de opkomende Britse luchtvaartindustrie te leveren. Veel van de British Anzani-motoren, met name de V-twins, werden zowel als inbouwmotor voor motorfietsen en vliegtuigen verkocht. In een vliegtuig waren ze dan ondersteboven gemonteerd, om het zicht voor de piloot vrij te houden. British Anzani was een zelfstandig bedrijf, dat geleid werd door ‘vliegeniers’: Dominic L. Santoni, voormalig directeur van British Deperdussin, Lt. J.C. Porte, piloot en marineofficier, die ook connecties met de Amerikaanse Curtissfabriek had en bovendien ook in de directie van British Deperdussin had gezeten, piloot W.R. Prentice, Captain J.C. Halahan (Royal Dublin Fuseliers en R.A.F.) en Claude Schofield, die het bedrijf echter al in 1913 verliet. In december 1916 werden de accountant Richard Simpkin en de Belgische motorcoureur en constructeur Hubert Hagens aan de staf toegevoegd. Hagens zou vervolgens een grote rol binnen het bedrijf spelen als ontwerper van motoren.

Joomla templates by a4joomla